haverklap

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. om de ~: regelmatig en veelvuldig zich herhalend
    Hij was om de haverklap verkouden.
    Dagenlang liep ik door bergweides die bezaaid waren met ontelbare bosbessenstruiken. Om de haverklap stopte ik om de zoete bessen te plukken waardoor mijn handen paars kleurden van hun sap.
    Oscar gebruikte die uitdrukking om de haverklap toen ze in Berlijn woonden.

Etymologie

*Afkomstig van het Latijnse ave en het Middelnederlandse clap; het slaan van de klok voor het ave, driemaal daags.