hazenjacht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhazə(n)ˌjɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. jachttaal (jachttaal) achtervolgen en doden van hazen
    Een weinig sneeuw en vorst maakt de hazenjacht profijtelijk, ook al omdat dan de sporen duidelijker zichtbaar zijn en de dieren door honger uit hun holen gedreven, meer wagen.

Etymologie

*, waardoor de sisklank weer stemhebbend wordt