heen-en-weer
mannelijk (de)/ˌhenɛɱˈwer/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- trein- of bootkaartje voor een reis in beide richtingenMag ik een heen-en-weertje van u?
- schip dat een veerdienst over een rivier verzorgt
- (naaiwerk) dicht op elkaar herhaalde steken om af te hechten
Etymologie
*(samenkoppeling) ontstaan uit de bijwoordelijke uitdrukking heen en weer
Uitdrukkingen
- [2] het heen-en-weer krijgen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek