heeroom
mannelijk (de)/ˈherom/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) oom die rooms-katholiek priester is
- (religie) gemoedelijke benaming voor rooms-katholiek priester
Etymologie
* In de betekenis van ‘gemoedelijke benaming voor een pastoor’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1528
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek