heersen
/hersə(n)/
Wat is de betekenis van heersen?
heersen betekent: (inerg) de macht uitoefenen
Betekenis
werkwoord
- (inerg) de macht uitoefenen
- (absol) (medisch) als epidemie aanwezig zijn in de bevolking
Voorbeelden van "heersen" in een zin
- Deze tsaar heerste met ijzeren vuist.
- Er heerste griep.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘regeren’ voor het eerst aangetroffen in 1348
Vertalingen
Engelsgovern, rule, reign
Duitsherrschen, herrschen
Spaansgobernar, imperar, regir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek