heilig
Wat is de betekenis van heilig?
heilig betekent: door wijding aan het goddelijke bijzonder gemaakt
Betekenis
- door wijding aan het goddelijke bijzonder gemaakt
- van iets dat het van uitzonderlijk belang is
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van heiligen
- gebiedende wijs van heiligen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van heiligen
Voorbeelden van "heilig" in een zin
- De rest van de heilige reep knaagde ik in minuscule hapjes gedurende de dag op. Zelden had ik zo’n knorrende maag gehad.
- Ik heilig.
- Heilig!
- Heilig je?
Betekenis en uitleg van heilig
Het woord 'heilig' verwijst naar iets dat als bijzonder, gewijd of onschendbaar wordt beschouwd. Het kan betrekking hebben op religieuze zaken, maar ook op waarden of ideeën die mensen als uiterst belangrijk beschouwen.
Je gebruikt 'heilig' vaak in contexten waar respect en ontzag voorop staan, zoals bij religieuze rituelen of wanneer iemand een sterke morele overtuiging heeft. Het woord kan ook een gevoel van onschendbaarheid uitdrukken, bijvoorbeeld als iets als 'heilig' wordt beschouwd in de cultuur of traditie van een gemeenschap.
Voorbeelden
- De heilige plaats werd door duizenden mensen bezocht tijdens het jaarlijkse festival.
- Voor haar was de familieband heilig en deed ze er alles aan om die te behouden.
- Het is een heilige plicht om de natuur te beschermen voor toekomstige generaties.
Woordoorsprong
Het woord 'heilig' komt van het Oudgermaanse *hailagaz, wat 'geheiligd' of 'onverklaarbaar' betekent. Het heeft zich door de eeuwen heen ontwikkeld en is in verschillende Germaanse talen terug te vinden.
Veelgestelde vragen over heilig
Wat is de betekenis van heilig?
heilig betekent: door wijding aan het goddelijke bijzonder gemaakt
Hoeveel betekenissen heeft heilig?
heilig heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je heilig in een zin?
Voorbeeld: “De rest van de heilige reep knaagde ik in minuscule hapjes gedurende de dag op. Zelden had ik zo’n knorrende maag gehad.”
Etymologie
erfwoord via Middelnederlands heilich van Oudnederlands helig, in de betekenis van ‘verheven’ aangetroffen vanaf 776, op te vatten als afgeleid van heil zn met het achtervoegsel -ig