hemdrok

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. soort overhemd met een dubbele rij knopen aan de voorkant en lange mouwen
    Boven, in een kamer vol kasten en dozen, haalt hij voorzichtig een gebloemde mannenjas uit een la. „Dit is een heel zeldzame hemdrok uit de achttiende eeuw. Kun je zien hoe kleurrijk de klederdracht voor mannen toen was. Het is toch jammer als zoiets in een verkleedkist van een toneelvereniging verdwijnt.
    Zo hebben generaties lang kinderen in jakje of damasten hemdrok dezelfde dansjes en versjes ingestudeerd en opgetreden in zorgcentra, op feesten en partijen en op braderieën.