hemochromatose

vrouwelijk (de)/ˌhemoxromaˈtozə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) stofwisselingsziekte waarbij het lichaam teveel ijzer uit het voedsel opneemt
    In sommige streken is één op de zeven drager van het gen voor hemochromatose, een ziekte waarbij er teveel ijzer in het bloed zit.

Etymologie

*van "Hämochromatose", gevormd uit "αίμα" (aíma), "bloed" "χρώμα" (chróma) "kleur" (-osis) dat een toestand of aandoening aangeeft, geïntroduceerd door de Duitse patholoog in zijn studie over deze ziekte uit 1889

Vertalingen

Engelshemochromatosis
DuitsHämochromatose