hijsbok

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. drijvende hijsinrichting met twee benen voor de stevigheid
    Door een technische storing aan een van de hijsbokken kon niet op tijd worden begonnen. Het inhijsen moet gebeuren bij opkomend tij, zodat de waterstand hoog genoeg is tijdens de meest kritieke hijswerkzaamheden.
    Omdat het onderhoudswerk niet op locatie kon plaatsvinden zijn de onderdelen van de kering eind april uitgehesen met grote drijvende hijsbokken en kranen op pontons.