hockeystick
mannelijk (de)/ˈhɔkiˌstɪk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) van onderen gebogen slaghout voor het hockeyspel
Vertalingen
Engelshockey stick
Franscrosse de hockey
DuitsHockeyschläger
Spaanspalo de hockey
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek