hockeystick

mannelijk (de)/ˈhɔkiˌstɪk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) van onderen gebogen slaghout voor het hockeyspel

Vertalingen

Engelshockey stick
Franscrosse de hockey
DuitsHockeyschläger
Spaanspalo de hockey