hoestschaamte

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de schaamte die iemand zelf heeft als die moet hoesten, omdat andere mensen mogelijk kunnen denken dat iemand ziek is en anderen door diegene besmet kunnen raken
    Tijdens de coronapandemie hadden veel mensen last van hoestschaamte.

Etymologie

* Samenstelling van de werkwoordstam van hoesten en schaamte