hol

onzijdig (het)/hɔl/

Wat is de betekenis van hol?

hol betekent: (geologie) grot, spelonk

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geologie (geologie) grot, spelonk
  2. dierkunde (dierkunde) ondergrondse woonruimte of schuilplaats van bepaalde diersoorten
  3. pejoratief (pejoratief)primitieve verblijfsruimte
zelfstandig naamwoord
  1. onbeheerst rennen van een mens of dier

Voorbeelden van "hol" in een zin

  • `Sinterklaas,' zei het nieuwe Pietje, 'in een hol, hoog in de bergen, woont een heks die toverdranken maakt. Zal ik u de weg wijzen?'
  • Het hol van een das wordt een dassenburcht genoemd.
  • Ik zag ook toen pas dat ik altijd nieznve kleren droeg die we kochten in een modern warenhuis in Sarajevo, terwijl Milan het moest doen met de afgedragen plunje van een neef En ik zag ook dat wij in januari op wintersport gingen, terwijl Milan achterbleef in dat vochtige hol van zijn oma.
  • Ik zou zelf in dit hol blijven slapen.

Etymologie

#met hoge golfslag

Uitdrukkingen

  • [1]: holle woorden, een holle blik
  • [2]: een holle boom
  • [3]: holle klanken
  • [4]: holle wangen, holle ogen, een holle weg
  • [5]: een holle zee
  • het hol van de leeuwde gevaarlijkste plaats
  • op hol slaan
  • op een holletje

Vertalingen

Engelshollow, hollowly, concavely
Fransgrotte, caverne
Duitshohl, hohl, Höhle
Spaanscueva
Italiaanscaverna
Portugeesgruta
Russischпещера
Poolsjaskinia
Zweedshåla
Deenshule