Holocaust
mannelijk (de)/ˈholokaust/
Wat is de betekenis van Holocaust?
Holocaust betekent: opzettelijke massale vernietiging van mensen of dieren
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opzettelijke massale vernietiging van mensen of dieren
- (verouderd) iets aan een godheid geven door het te verbranden
- (verouderd) (figuurlijk) iets wat je prijsgeeft om een hoger belang te dienen
Voorbeelden van "Holocaust" in een zin
- Leopold heeft geen genocide of holocaust aangericht maar een hecatombe, "[...] een slachting op een ongelooflijke schaal, die niet bedoeld was maar wel het gevolg van een perfide, roofzuchtige exploitatiepolitiek, een offer op het altaar van het ziekelijk winstbejag."
- Zij, die in blinde adoratie de Balineesche cultuur vereeren — en dan meestal over het christendom slechts medelijdend de schouders ophalen mogen toch wel eens bedenken, dat het religieus leven van dit volk niet buiten deze verschrikkelijke offers kon en dat slechts Westersch, dus Christelijk ingrijpen, een einde heeft gemaakt aan dit {{sic!|deze (mogelijk verwijzing naar de klassieke of Middelnederlandse term)
- Reeds voor het ontslag van den heer Van Stoetwegen werd in de pers op de mogelijkheid gewezen, dat de minister, onder den druk van de algemeene ontstemming tegen zijn beleid, den gezant te St.-Petersburg zou opofferen als zondenbok. En terecht werd Z.Exc. aangezegd, dat het Nederlandsche volk zich met dezen holocaust niet zal tevreden stellen.
Etymologie
*[2],[3] van Middelnederlands "holocaust"
Vertalingen
Engelsholocaust, genocide
Spaansholocausto
Turksholokost, soykırım, jenosit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek