offer

onzijdig (het)/ˈɔfər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) een gave aan een godheid
    Op die dag werden offers gedaan.
    In alle tijdperken voor het onze heerste de overtuiging dat ons leven voor minstens de helft werd bepaald door goden of geesten, die door middel van gebeden en offers konden worden beïnvloed en die complexe vormen van aanbidding en onderwerping verlangden.
  2. alles wat men met zelfverloochening afstaat
    Hij moest wat offers brengen, maar hij heeft het gehaald.
  3. een zet waarmee men bewust een damschijf of schaakstuk laat slaan om een gunstigere positie op het bord te krijgen
    Zij bracht een offer en kwam daardoor in een betere positie.

Etymologie

* In de betekenis van ‘gave (aan godheid)’ voor het eerst aangetroffen in 1100

Vertalingen

Engelssacrifice
Franssacrifice
Spaanssacrificio, libación