offeraar
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die een dier geeft aan een priester om het te offeren aan een godheid
- iemand die een offerdier naar het altaar brengt en doodtDe offeraar mocht het offer naar het altaar brengen en doden, hoewel dit gewoonlijk door de levieten gedaan werd (2 Kronieken 30:16, 17; 35:11). Reformatorisch Dagblad J. C. Philpot 18-07-2015 [https://www.rd.nl/kerk-religie/meditatie/priester-nodig-1.484196 Priester nodig]Rond het offeren van een dier bestond een hele ritus, waarvan het opmerkelijkste kenmerk was dat het dier geacht werd zelf in te stemmen met het offer door op een bepaald moment met de kop te schudden. Een kundig offeraar zorgde er natuurlijk wel voor dat het dier die kopschudding volvoerde, zodat het beest met een gerust geweten de keel doorgesneden kon worden. NRC Marjoleine de Vos 24 december 2003 [https://www.nrc.nl/nieuws/2003/12/24/ei-met-duivelsdrek-7667322-a679822 Ei met duivelsdrek]„Een offer wordt over het algemeen gebracht ten gerieve van de offeraar. Dat is ook wat Kaïn Abel verwijt, hij offert een dier om er zelf beter van te worden, eventueel in het hiernamaals. ‘Een lam voor een gedachte’. NRC Marjoleine de Vos 23 januari 2015 [https://www.nrc.nl/nieuws/2015/01/23/ik-geloof-niet-dat-ik-de-baas-ben-over-mijn-gedic-1459249-a730029 ‘Ik geloof niet dat ik de baas ben over mijn gedichten’]
Etymologie
* van offeren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek