hondenkar
mannelijk/vrouwelijk (de)/ΛhΙndΙ(n)kΙr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kar getrokken door een of meerdere honden, in het verleden veel gebruikt door bakkers, boeren, venters voor het vervoeren van lichte vrachten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek