hondsvot
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) een scheldwoord voor een slordig persoon of schurk (letterlijk: de kont van een hond)Die hondsvot moet eens manieren leren!
- (scheepvaart) een oog aan een blok waaraan het vaste deel van een loper kan worden bevestigd
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘scheldwoord’ voor het eerst aangetroffen in 1580
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek