Honingbij
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhonɪŋˌbɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (vliesvleugeligen) een bijensoort die honing maakt uit nectar en bloemen bestuiftOndertussen worden honingbijen, die een essentiële rol vervullen bij de bestuiving, over de hele wereld bedreigd. Ook zij, zeggen veel deskundigen, worden het slachtoffer van het feit dat de industriële akkerbouw niet zonder chemicaliën kan."{{Aut|Klein, NaomiDe bestuiving van landbouwgewassen op aarde komt voor de helft voor rekening van honingbijen, bijen die in kasten of korven worden gehouden. Wilde bijen zorgen voor de andere helft. Bij de bestuiving door wilde bijen wordt bijna 80 procent verzorgd door slechts 2 procent van de bijensoorten die in de onderzochte gebieden voorkomen.Volkskrant Cor Speksnijder 17 juni 2015
Vertalingen
Engelshoney bee
DuitsHonigbiene
Spaansabeja melífera
Italiaansape domestica
Zweedshonungsbi
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek