honnepon

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koosnaam voor iemand die heel lief en schattig is, vooral gezegd van meisjes en vrouwen
    Afwezig waren de verfrissende ironie van presentator Martine Bijl en de stuntelende kandidaten die de bakwedstrijd altijd zo prettig menselijk maakten. Er waren slechts Janny en Robèrt die het perfecte echtpaar speelden en elkaar nog nét geen honnepon noemden. Zij, terwijl hij de kerststol klaarmaakt: „Heb je een gardetje nodig?” Hij: „Alsjeblieft, ja!” Zij: „En misschien wil je straks ook wel zo lief zijn om het deeg voor mij te maken?” Hij: „Ja, natuurlijk! Graag!” Was dit satire? NRC Thomas de Veen 22 december 2014
    Hoe noem je iemand die je lief vindt? En hoe noemt iemand die jou lief vindt jou? Schat en schatje hoor je veel. Even afgezaagd zijn: lieverd, lieveling, liefje, lieverdje, lief, snoes. Je kunt het bij de dieren zoeken en zeggen: duifje, beertje, hondje, poesje, snoezepoes, prijsdier, knuffel. Je kunt het in andere talen zoeken en zeggen: amour, amore, baby, cherie, lover, sweety pie, darling, schatzlein, sweetheart, honey. Je kunt het bij de lekkernijen zoeken en zeggen: lekkerbekje, suikerklontje, zoetje, zoetelief, honingdropje, hartelap, droppie, snoepie, schattebout, schattepetat, lekkerdje. Meer op het uiterlijk gericht zijn: snoetje, spetter, stuk, stoot, pukkie. Een tikje eigenaardig zijn: drol, keutel, scheetje, poepie. Ouderwets zijn: dot, hartedief, zonnetje, honnepon, pop, kindje, prinsesje. Altijd goed zijn: engel, hartje, oelepetoet, troel, troetel, mop, moppie, kleddertje, woezelewazzie en schat. NRC 5 april 1991

Etymologie

*verbastering van hondjesachtig ?