hoofddoekje
/ˈhovdukjə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) (schertsend) moslima die zich nadrukkelijk als zodanig manifesteert
Etymologie
**[2] naar de kenmerkende geachte klederdracht
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
**[2] naar de kenmerkende geachte klederdracht