hoofdsoort

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhoftsort/

Wat is de betekenis van hoofdsoort?

hoofdsoort betekent: een of elk van de categorieën in een onderverdeling die het grootst zijn of door de belangrijkste verschillen ontstaan

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een of elk van de categorieën in een onderverdeling die het grootst zijn of door de belangrijkste verschillen ontstaan
  2. biologie (biologie) soort die voor een bepaalde taxonomische groep van organismen als meest kenmerkend wordt gezien
  3. ecologie (ecologie) soort die een bepaald gebied overheersend voorkomt

Voorbeelden van "hoofdsoort" in een zin

  • Het gaat mij vooral om de vraag welke soorten van elites er zijn, speciaal in moderne maatschappijen. Zes hoofdsoorten kunnen, denk ik, met profijt worden onderscheiden. (…) De eerste hoofdsoort is die waaraan iedereen ook als eerste zal denken: de machtselites.
  • De mens is de hoofdsoort binnen het geslacht Homo.
  • Deze adderwortel heeft een opgaande, polvormende groeiwijze. (…) De bloeiwijzen zijn compacter en lichter van kleur dan bij de hoofdsoort.
  • Voor een aantal bostypen (met grove den, eik, beuk of douglas als hoofdsoort) in niet meer beheerde Nederlandse bosreservaten op wat rijkere zandgronden zijn op grond van twee opeenvolgende inventarisaties de bovengrondse biomassa en de koolstofvastlegging berekend, en vergeleken met beheerde bossen.