hoofdsteun

mannelijk (de)/ˈhof(t)støn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een steun voor het hoofd
    De hoofdsteun in een auto dient vooral ter bescherming van de nek de reiziger.
    „Goeiemorgen mensennn, ik ben Peter jullie buschauffeur”, galmt het door de boxen van de touringcar. Binnen is het warm en ruikt het nieuw. De hoofdsteunen hebben leren omhulsels en er is veel beenruimte. NRC Martin Kuiper 4 december 2015