hoogspanning

vrouwelijk (de)/ˈhoxspɑnɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elektrotechniek (elektrotechniek) elektrische spanning van ten minste 1000 V wisselspanning of 1500 V gelijkspanning

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘elektrische spanning boven 600 volt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1907

Vertalingen

Franshaute tension
DuitsHochspannung
Spaansalta tensión, alta tensión eléctrica