hoogspringen
onzijdig (het)/ˈhoxsprɪŋə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) atletiekdiscipline waarbij het de bedoeling is over een tussen twee staanders bevestigde lat of touw te springenWe hadden onderweg niet veel om over te praten, ik probeerde het eerst met de Europese kampioenschappen hoogspringen en dat we nu twee Zweden boven de twee meter hadden.
werkwoord
- (inerg) (sport) over een hooggeplaatste, tussen twee staanders bevestigde lat of touw proberen te springenOok de rest van de traditionele atletiekavond voldeed aan de verwachtingen. Er werd weer lekker hooggesprongen, een Colombiaanse won goud op de hink-stap-sprong en onze Sifan Hassan kwalificeerde zich moeiteloos voor de 1500m-finale.Jonge vrouw in blauw trainingspak die in de herfst hoogspringt op het bospad
Vertalingen
Franssaut en hauteur, faire, saut en hauteur
DuitsHochsprung
Spaanssalto de altura
Italiaanssalto in alto
Portugeessalto em altura
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek