Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

hooihoop

mannelijk (de)/ˈhojhop/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) opstapeling van gemaaid en gedroogd gras
    Ze wees naar de hooimijt. Een vork stond er rechtop ingestoken. Ze zakte door haar knieën en liet zich in de verende berg gedroogd gras vallen. (…) De tuinman trok de vork uit de hooihoop en begon het in banen liggende gras te keren.
    Als de hooihopen droog waren, werden ze met de hooivork op de kar geladen.