hoopte

Wat is de betekenis van hoopte?

hoopte betekent: enkelvoud verleden tijd van hopen

Betekenis

werkwoord
  1. woorden met boekreferenties enkelvoud verleden tijd van hopen

Voorbeelden van "hoopte" in een zin

  • Ik hoopte.
  • Jij hoopte.

Betekenis en uitleg van hoopte

Het woord 'hoopte' is de verleden tijd van 'hopend', wat betekent dat iemand de wens of het verlangen had dat iets zou gebeuren. Het drukt een verwachting uit die in het verleden was, vaak met een positieve of optimistische lading.

Je gebruikt 'hoopte' wanneer je terugkijkt op een situatie waarin je iets verwachtte of wenste. Het kan betrekking hebben op persoonlijke situaties, zoals het hopen op goed nieuws, of bredere contexten zoals het hopen op veranderingen in de wereld. Het woord draagt vaak een gevoel van verlangen of anticipatie met zich mee, wat het een emotionele lading geeft.

Voorbeelden

  • Ze hoopte dat haar vriend op tijd zou arriveren voor het diner.
  • De organisatie hoopte op een grote opkomst tijdens het evenement.
  • Na het lezen van de brief hoopte hij dat zijn aanvraag goedgekeurd zou worden.

Woordoorsprong

Het woord 'hoopte' is afgeleid van het Oudnederlandse 'hopa', wat 'verwachting' of 'wens' betekent. Het is verwant aan het Duitse 'hoffen'.

Veelgestelde vragen over hoopte

Wat is de betekenis van hoopte?

hoopte betekent: enkelvoud verleden tijd van hopen

Hoe gebruik je hoopte in een zin?

Voorbeeld: “Ik hoopte.