Hoorn
mannelijk (de)/ˈhorᵊn/
Wat is de betekenis van Hoorn?
Hoorn betekent: hard en meestal gebogen uitsteeksel aan de kop van verschillende dieren
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hard en meestal gebogen uitsteeksel aan de kop van verschillende dieren
- uitwas die op een hoorn lijkt, bijvoorbeeld bij insecten
- gedraaide schaal van sommige weekdieren
- een (elektro-) akoestische versterker, bijvoorbeeld het hoor- en spreekgedeelte van een telefoon
- (muziekinstrument) blaasinstrument dat oorspronkelijk gemaakt werd van een hoorn, maar tegenwoordig vaak van een gewonden koperen buis met ventielen, en een brede klankbeker
zelfstandig naamwoord
- stof waaruit de hoorns van bepaalde dieren bestaan
Voorbeelden van "Hoorn" in een zin
- De koe had grote hoorns.
- Zij vonden allerlei hoorns toen ze langs het strand liepen.
- Hij legde de hoorn direct neer nadat hij hoorde wie er aan de telefoon was.
- Wij kunnen wel aardig op de hoorn spelen.
- Bestaan hoorns werkelijk uit hoorn?
Etymologie
**[5] in de betekenis van ‘blaasinstrument’ aangetroffen vanaf 1300
Uitdrukkingen
- de koe bij de hoorns vatten
Vertalingen
Engelshorn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek