horzel
Wat is de betekenis van horzel?
horzel betekent: (tweevleugeligen) benaming voor een groep middelgrote tot grote, stevige, niet stekende vliegen uit de familie en waarvan de larven parasiteren op zoogdieren (paarden, runderen, schapen).
Betekenis
- (tweevleugeligen) benaming voor een groep middelgrote tot grote, stevige, niet stekende vliegen uit de familie en waarvan de larven parasiteren op zoogdieren (paarden, runderen, schapen).
- (vliesvleugeligen) hoornaar
Betekenis en uitleg van horzel
Een horzel is een grote vlieg die vaak als hinderlijk wordt ervaren. Ze lijken op gewone vliegen, maar hun steek kan behoorlijk pijnlijk zijn, wat ze een slechte reputatie geeft, vooral in de zomermaanden.
Je gebruikt het woord 'horzel' vaak wanneer je het hebt over irritante insecten die rond zoetigheid of vlees zwermen. In een bredere zin kan het woord ook gebruikt worden om iemand te beschrijven die opdringerig of vervelend is, vergelijkbaar met hoe een horzel je kan storen. Het woord heeft dus zowel een letterlijke als een figuurlijke betekenis, afhankelijk van de context.
Voorbeelden
- Tijdens de picknick werden we constant lastiggevallen door horzels die op onze drankjes afkwamen.
- Mijn buurman is als een horzel; hij komt altijd opdagen zonder uitnodiging en blijft maar praten.
- De horzel die me gisteren steekte, zorgde ervoor dat ik de rest van de dag met jeuk liep.
Woordoorsprong
Het woord 'horzel' is afgeleid van het Middelnederlandse 'horzel', dat verwant is aan het Oudgermaanse 'hursula'.
Veelgestelde vragen over horzel
Wat is de betekenis van horzel?
horzel betekent: (tweevleugeligen) benaming voor een groep middelgrote tot grote, stevige, niet stekende vliegen uit de familie en waarvan de larven parasiteren op zoogdieren (paarden, runderen, schapen).
Hoeveel betekenissen heeft horzel?
horzel heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft horzel?
horzel is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Etymologie
*(erfwoord): Middelnederlands horsel(e), ontwikkeld uit Oergermaans *hursla-, door r/l-wisseling bij Indo-Europees *ḱr̥h₂sro- ‘hoornaar’, waartoe ook Latijn crābrō, Litouws širšė, širšuõ en Russisch šéršenʹ behoren.