hotelbediende
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- personeelslid van een hotel dat direct betrokken is bij de serviceverlening aan hotelgastenToen men mij onder het maken van excuses mijn pas teruggaf, maar niettemin eiste dat ik zo spoedig mogelijk het land zou verlaten, speelde ik niet zonder leedvermaak met de gedachte hun bij wijze van afscheid uit de doeken te doen hoe Melchior was gevlucht; om hun vermeende triomf te bekronen wilde ik de rechercheurs wijsmaken dat de hotelbediende onschuldig was en niet hij, maar ik de moordenaar was.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek