hoteldirecteur
mannelijk (de)
Wat is de betekenis van hoteldirecteur?
hoteldirecteur betekent: eigenaar van een hotel
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- eigenaar van een hotel
- iemand die een hotel leidt
Voorbeelden van "hoteldirecteur" in een zin
- Twintig jaar geleden hield toerismedeskundige Stephen Hodes tijdens een lezing de Amsterdamse toeristensector voor: “Als we zo doorgaan, gaat de stad ten onder.” Niemand in het publiek nam die onheilsprofetie ook maar een moment serieus. Maar het kan verkeren. Onlangs kwam hij een hoteldirecteur tegen die indertijd bij die lezing aanwezig was. “Hij zei tegen me: toen dacht ik dat je gek was, maar nu moet ik je gelijk geven.”
- Die overwerkte hoteldirecteur. Laat hij het toch rustig aan doen. Laat iedereen het in 's hemelsnaam wat rustiger aan doen hier. {{Aut|Sandes, David
- Hoteldirecteur vanuit Zuid-China naar kampioensduel FC Twente
- Acht dagen, meer had hoteldirecteur Hermann Spatt niet om de 650 kamers van Nhow Amsterdam in te richten en ook de publieke ruimte en restaurants aan kant te krijgen.
Veelgestelde vragen over hoteldirecteur
Wat is de betekenis van hoteldirecteur?
hoteldirecteur betekent: eigenaar van een hotel
Hoeveel betekenissen heeft hoteldirecteur?
hoteldirecteur heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft hoteldirecteur?
hoteldirecteur is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van hoteldirecteur?
Synoniemen van hoteldirecteur zijn: hotelmanager.
Hoe gebruik je hoteldirecteur in een zin?
Voorbeeld: “Twintig jaar geleden hield toerismedeskundige Stephen Hodes tijdens een lezing de Amsterdamse toeristensector voor: “Als we zo doorgaan, gaat de stad ten onder.” Niemand in het publiek nam die onheilsprofetie ook maar een moment serieus. Maar het kan verkeren. Onlangs kwam hij een hoteldirecteur tegen die indertijd bij die lezing aanwezig was. “Hij zei tegen me: toen dacht ik dat je gek was, maar nu moet ik je gelijk geven.””
Vertalingen
Engelsmanaging director of a hotel, hotel manager
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek