hotelmanager
mannelijk (de)/hoˈtɛlmɛnədʒər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) directeur, leidinggevende, beheerder van een hotelAlleen de Arabieren blijven komen, constateert de hotelmanager. „Die leven altijd in chaos, zij zijn het gewend. Europeanen zijn niet gewend aan bommen. Daarom zijn ze bang en ze hebben gelijk.” NRC Marloes de Koning Mark Duursma 30 juni 2016Onder het koken vertelde Barbie mij over zijn werk als hotelmanager en hoe zwaar het was om jarenlang voor dag en dauw op te moeten staan en op alle feestdagen te moeten werken.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek