hotelpersoneel

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mensen die in loondienst werken bij een hotel
    Als wij weg zijn om te trainen, reinigen kamermeisjes de boel. Ze dragen net als wij mondkapjes en dat geldt ook voor het weinige andere hotelpersoneel. Het geeft een spooky aanblik.
    Vooral hotelpersoneel zit met de handen in het haar. De afgelopen maand zaten de hotels in de stad op een bezettingsgraad tussen de twintig en dertig procent.

Vertalingen

Engelshotel staff, hotel personnel