houden
/ˈhɑudə(n)/
Wat is de betekenis van houden?
houden betekent: (ov) niet laten varen, het bezit ervan niet verliezen
Betekenis
werkwoord
- (ov) niet laten varen, het bezit ervan niet verliezen
- huisdieren verzorgen
- het ~ met een verhouding hebben met iemand
- het ~ op concluderen tot iets
- (refl) zich ~: de schijn aannemen van wat genoemd wordt
Voorbeelden van "houden" in een zin
- Hij hield het huis, maar zij kreeg de kinderen bij de echtscheiding.
- Een voor een begonnen we grappen en verhalen met elkaar te delen om de moed erin te houden.
- Piet hield kleurkanaries.
- Hij hield het met zijn dienstmeid.
- De politie hield het op een inbraak, maar later bleek dit onjuist.
Etymologie
*Afkomstig van *holden old => oud met verlies van de l in de tegenwoordige tijd en het voltooid deelwoord
Uitdrukkingen
- een oogje in het zeil houden
- in de gaten houden
- houden van
- zich sjakes houden
- De teugels in handen houden — de leiding houden, de baas blijven
- De touwtjes in handen houden. — de leiding houden, de baas blijven
- De vinger aan de pols houden — in de gaten houden of alles goed gaat
- Een herinnering levend houden. — zorgen dat je iets niet vergeet
Vertalingen
Engelskeep
Franstenir
Duitsbehalten, halten, halten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek