houtbond

mannelijk (de)/ˈhɑudbɔnt/

Wat is de betekenis van houtbond?

houtbond betekent: (economie) vakvereniging voor mensen uit bedrijven waarin vooral hout wordt bewerkt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) vakvereniging voor mensen uit bedrijven waarin vooral hout wordt bewerkt
  2. economie (economie) werkgeversorganisatie voor bedrijven waarin vooral hout wordt bewerkt

Voorbeelden van "houtbond" in een zin

  • De katholieke houtbond, opgericht in 1920, was de Nederlandsche R.K. Bond van Houtbewerkers, Meubelmakers, Behangers en aanverwante vakgenoten St. Antonius van Padua, die in 1965 zijn naam wijzigde in Nederlandse Katholieke Bond van Werknemers in de Meubel-, Meubilerings-, Hout- en aanverwante bedrijven St. Antonius van Padua, maar die gedurende zijn bestaan doorgaans werd aangeduid als de Katholieke Houtbewerkersbond, kortweg de KHB.
  • In het voorjaar van 1992 is Meplax lid geworden van een houtbond, waardoor zij gebonden werd aan deelname aan het BPF op basis van een uitgebreide pensioenvoorziening.

Veelgestelde vragen over houtbond

Wat is de betekenis van houtbond?

houtbond betekent: (economie) vakvereniging voor mensen uit bedrijven waarin vooral hout wordt bewerkt

Hoeveel betekenissen heeft houtbond?

houtbond heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft houtbond?

houtbond is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je houtbond in een zin?

Voorbeeld: “De katholieke houtbond, opgericht in 1920, was de Nederlandsche R.K. Bond van Houtbewerkers, Meubelmakers, Behangers en aanverwante vakgenoten St. Antonius van Padua, die in 1965 zijn naam wijzigde in Nederlandse Katholieke Bond van Werknemers in de Meubel-, Meubilerings-, Hout- en aanverwante bedrijven St. Antonius van Padua, maar die gedurende zijn bestaan doorgaans werd aangeduid als de Katholieke Houtbewerkersbond, kortweg de KHB.