houthakker

mannelijk (de)/ˈhɑuthɑkər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die beroepsmatig houthakt
    Eén jongen die me direct opviel door zijn gigantische rode baard vertelde me dat hij een houthakker uit Tennessee was. Deze ‘Pogue Mahone’ (‘kiss my arse’ in Gaelic) leek sprekend op de ‘The Dude’ uit de film ‘The Big Lebowski’ met zijn relaxte houding en opvallende charisma.

Etymologie

*Samenstellende afleiding van hout en de stam van hakken

Vertalingen

Engelslumberjack
Fransbûcheron
DuitsHolzfäller
Spaansleñador