houtkapper
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die bomen velt met een bijl of zaagAan het einde van de vaart slaan we rechtsaf en wandelen Bartlehiem binnen. Geen mens te bekennen! De stilte wordt er slechts onderbroken door de motorzagen van de houtkappers die een populierenbosje hebben omgelegd. Noodzakelijk omdat de bomen werden bedreigd door houtrot. Straks groeien er essen, zwarte elsen en beuken voor in de plaats. De Telegraaf JOHN HAGENS 19 jan. 2013 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1143334/terp-van-wodan Terp van Wodan]Greenpeace deed aangifte tegen de handelaar en de houtkapper bij de politie. Volgens een woordvoerster van de milieuorganisatie beloofde deze de zaak te onderzoeken. „Dat zou voor het eerst zijn dus de actie is een succes", aldus de zegsvrouw. Reformatorisch Dagblad 09-12-2003 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/greenpeace-doet-aangifte-illegale-houtkap-1.197450 Greenpeace doet aangifte illegale houtkap]
Etymologie
* van houtkappen
Vertalingen
Engelswoodworker, lumberjack
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek