houtmaat
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhɑutmat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) elk van gangbare formaten voor planken en balken zoals die in de handel en de bouw worden gebruiktTevens is dit gebint van een afwijkende, zwaardere houtmaat, en samengesteld uit hergebruikt materiaal.
- benaming voor elk van de eenheden die worden gebruikt voor de omvang van een hoeveelheid hout{{ouds
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek