houtskoolvuur
onzijdig (het)/ˈhɑutskolˌvyr/
Wat is de betekenis van houtskoolvuur?
houtskoolvuur betekent: warmtebron bestaande uit brandende stukjes verkoold hout
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- warmtebron bestaande uit brandende stukjes verkoold hout
Voorbeelden van "houtskoolvuur" in een zin
- Allereerst moet het stuk rundvlees gemarineerd worden in de juiste kruiden. Dan wordt het gerookt in een houtskoolvuur.
- De geuren van kookpotten en houtskoolvuren dwarrelen de auto in.
- Hele families kamperen op de betonnen vloer en stoken houtskoolvuurtjes om rijst te koken.
Veelgestelde vragen over houtskoolvuur
Wat is de betekenis van houtskoolvuur?
houtskoolvuur betekent: warmtebron bestaande uit brandende stukjes verkoold hout
Welk woordgeslacht heeft houtskoolvuur?
houtskoolvuur is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je houtskoolvuur in een zin?
Voorbeeld: “Allereerst moet het stuk rundvlees gemarineerd worden in de juiste kruiden. Dan wordt het gerookt in een houtskoolvuur.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek