houtskoolvuur

onzijdig (het)/ˈhɑutskolˌvyr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. warmtebron bestaande uit brandende stukjes verkoold hout
    Allereerst moet het stuk rundvlees gemarineerd worden in de juiste kruiden. Dan wordt het gerookt in een houtskoolvuur.
    De geuren van kookpotten en houtskoolvuren dwarrelen de auto in.
    Hele families kamperen op de betonnen vloer en stoken houtskoolvuurtjes om rijst te koken.