houtwesp

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vliesvleugeligen (vliesvleugeligen) een wesp uit de familie die zijn eieren afzet in het hout van bomen
    Houtwespen zien er vervaarlijk uit met hun felle kleuren, maar steken kunnen ze niet.

Vertalingen

Engelshorntail
Russischрогохвост