houtzager
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die hout van bomen zaagtIn totaal hebben 2000 particuliere houtzagers een contract met Staatsbosbeheer. Ze mogen tegen betaling maximaal 15 kuub brandhout oogsten van bomen die door de bosdienst zijn aangewezen. Het hout is voor eigen gebruik. De contracten lopen tot 15 maart.de Telegraaf 17 feb. 2017
- iemand die van bomen planken en balken zaagt
Vertalingen
Engelssawyer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek