huisapotheek
vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van huisapotheek?
huisapotheek betekent: een kleine voorraad eenvoudige verband- en geneesmiddelen die over het algemeen zonder voorschrift van een arts gebruikt kunnen worden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een kleine voorraad eenvoudige verband- en geneesmiddelen die over het algemeen zonder voorschrift van een arts gebruikt kunnen worden
Voorbeelden van "huisapotheek" in een zin
- Je greep naar de beproefde middelen van de huisapotheek.
Veelgestelde vragen over huisapotheek
Wat is de betekenis van huisapotheek?
huisapotheek betekent: een kleine voorraad eenvoudige verband- en geneesmiddelen die over het algemeen zonder voorschrift van een arts gebruikt kunnen worden
Welk woordgeslacht heeft huisapotheek?
huisapotheek is een vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je huisapotheek in een zin?
Voorbeeld: “Je greep naar de beproefde middelen van de huisapotheek.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek