huisbewaarder

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van huisbewaarder?

huisbewaarder betekent: iemand die in een huis woont als de eigenaar afwezig is om het te bewaken en te onderhouden

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die in een huis woont als de eigenaar afwezig is om het te bewaken en te onderhouden
  2. conciërge

Voorbeelden van "huisbewaarder" in een zin

  • Natuurlijk, dat is goed, zei de graaf verstrooid. Maar daar gaat het nu niet om, en ik verzoek je je niet met dat soort futiliteiten bezig te houden, ga liever helpen met pakken, morgen gaan we, morgen gaan we weg... De graaf gaf dezelfde orders aan de huisbewaarder en het personeel. Tijdens de maaltijd vertelde de teruggekeerde Petja het laatste nieuws.{{Aut | Tolstoj, L.N.
  • Bij ons overleggen we zoiets eerst. Kinderen horen het netjes te vragen. Sorry, maar het is gewoon asociaal zoals Max zich gedraagt. En dan dat gedoe met die huisbewaarder. Dat zou ik nooit goed vinden. Verschillen zijn er om gerespecteerd te worden. Ik kan me niet voorstellen dat Simon dat plezierig zou vinden.'{{Aut | Winter, Julian

Veelgestelde vragen over huisbewaarder

Wat is de betekenis van huisbewaarder?

huisbewaarder betekent: iemand die in een huis woont als de eigenaar afwezig is om het te bewaken en te onderhouden

Hoeveel betekenissen heeft huisbewaarder?

huisbewaarder heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft huisbewaarder?

huisbewaarder is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je huisbewaarder in een zin?

Voorbeeld: “Natuurlijk, dat is goed, zei de graaf verstrooid. Maar daar gaat het nu niet om, en ik verzoek je je niet met dat soort futiliteiten bezig te houden, ga liever helpen met pakken, morgen gaan we, morgen gaan we weg... De graaf gaf dezelfde orders aan de huisbewaarder en het personeel. Tijdens de maaltijd vertelde de teruggekeerde Petja het laatste nieuws.{{Aut | Tolstoj, L.N.

Vertalingen

Engelscaretaker