woorden
boek
Start
›
H
›
huisdealer
huisdealer
mannelijk (de)
/ˈhœyzdiːlər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
vaste softdrugsdealer, vooral van jeugdcafés en hulpverlenende instellingen
Verwante woorden
huis
huis aan huis
huis ter heide
huis van oranje
huis van oranje-nassau
huis van saksen-coburg
huis-aan-huisactie
huis-aan-huisblad
huis-aan-huisbladen
huis-aan-huiscollecte
huis-aan-huisverkoop
huis-aan-huisverkoper
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← huisde
huisdealers →