woorden
boek
Start
›
H
›
huisdeur
huisdeur
mannelijk/vrouwelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
de deur aan de voorkant van het huis
Als je op vakantie gaat moet je de huisdeur goed afsluiten.
Synoniemen
voordeur
Bekijk alle synoniemen →
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
📖 Synoniemen van huisdeur
← huisden
huisdeuren →
Meer woorden met H
houtprijs
houtskool
hulptoets
humorloos
h5n8-virus
haagdoren
haarhamer
hakbeitel
halfagras
handbikes