voordeur
mannelijk/vrouwelijk (de)/'voːrdøːr/
Wat is de betekenis van voordeur?
voordeur betekent: de hoofddeur aan de voorzijde van een gebouw of woning
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de hoofddeur aan de voorzijde van een gebouw of woning
Voorbeelden van "voordeur" in een zin
- Als je wilt dat iemand de voordeur voor je openmaakt moet je eerst aanbellen.
- Ik hoorde de sleutel in het slot van de voordeur. {{Aut|Sandes, David
- Maar heb jij je nooit afgevraagd waar jij mee bezig bent? Hoe nuttig het is om vijf, zes keer per jaar dezelfde persoon van straat te moeten plukken? Om dezelfde voordeur steeds weer te moeten openbreken? Jij voelt je de redder van de mensheid.
Vertalingen
Engelsfront door
Fransporte d'entrée
DuitsHaustür, Vordertür
Spaanspuerta de la calle, puerta principal, portón principal
Italiaansporta principale
Deensgadedør
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek