huisdokter
mannelijk (de)
Wat is de betekenis van huisdokter?
huisdokter betekent: een gespecialiseerde arts die perifeer – buiten de (academische) ziekenhuizen – werkt, maar niet in een ziekenhuis
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een gespecialiseerde arts die perifeer – buiten de (academische) ziekenhuizen – werkt, maar niet in een ziekenhuis
Voorbeelden van "huisdokter" in een zin
- Aangezien ze hun huisdokter niet vertrouwden en ze in afwachting waren van de arts die uit de stad gehaald werd, probeerden ze deze dagen nu eens het ene, dan weer het andere medicijn uit.
- "Donald Trump wordt de meest gezonde president ooit, als hij verkozen wordt", aldus de huisdokter van Donald Trump. Hij zegt dat in een brief die Trump online heeft gezet. In die brief staat dat de bloeddruk van de republikein 'verbazingwekkend goed' is, hij nooit een operatie heeft ondergaan en 'nog nooit alcohol of tabak heeft gebruikt.'
Veelgestelde vragen over huisdokter
Wat is de betekenis van huisdokter?
huisdokter betekent: een gespecialiseerde arts die perifeer – buiten de (academische) ziekenhuizen – werkt, maar niet in een ziekenhuis
Welk woordgeslacht heeft huisdokter?
huisdokter is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van huisdokter?
Synoniemen van huisdokter zijn: huisarts.
Hoe gebruik je huisdokter in een zin?
Voorbeeld: “Aangezien ze hun huisdokter niet vertrouwden en ze in afwachting waren van de arts die uit de stad gehaald werd, probeerden ze deze dagen nu eens het ene, dan weer het andere medicijn uit.”
Vertalingen
Engelsprimary care practitioner, General practitioners
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek