huisarts
mannelijk (de)/ˈhœysɑrts/
Wat is de betekenis van huisarts?
huisarts betekent: (medisch) (beroep) een arts die de eerste lijn van opvang vormt voor een aantal vaste patiënten in de buurt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) (beroep) een arts die de eerste lijn van opvang vormt voor een aantal vaste patiënten in de buurt
Voorbeelden van "huisarts" in een zin
- Ondersteuning van de huisarts vindt op dit moment onvoldoende plaats.
Veelgestelde vragen over huisarts
Wat is de betekenis van huisarts?
huisarts betekent: (medisch) (beroep) een arts die de eerste lijn van opvang vormt voor een aantal vaste patiënten in de buurt
Welk woordgeslacht heeft huisarts?
huisarts is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je huisarts in een zin?
Voorbeeld: “Ondersteuning van de huisarts vindt op dit moment onvoldoende plaats.”
Vertalingen
Engelsfamily physician
Fransmédecin de famille
DuitsHausarzt
Spaansmédico de cabecera, médico de familia
Zweedsallmänläkare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek