huisgezin

onzijdig (het)/xxxx/

Wat is de betekenis van huisgezin?

huisgezin betekent: (huishouden) (familie) vader, moeder en kinderen - soms worden ook de huisdieren erbij gerekend

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden, familie (huishouden) (familie) vader, moeder en kinderen - soms worden ook de huisdieren erbij gerekend

Voorbeelden van "huisgezin" in een zin

  • De moeder van het grote huisgezin had het altijd druk, ook op vakantie.

Veelgestelde vragen over huisgezin

Wat is de betekenis van huisgezin?

huisgezin betekent: (huishouden) (familie) vader, moeder en kinderen - soms worden ook de huisdieren erbij gerekend

Welk woordgeslacht heeft huisgezin?

huisgezin is een onzijdig (het).

Hoe gebruik je huisgezin in een zin?

Voorbeeld: “De moeder van het grote huisgezin had het altijd druk, ook op vakantie.