huishouden

onzijdig (het)/ˈhœyshɑudə(n)/

Wat is de betekenis van huishouden?

huishouden betekent: (pejoratief) een grote rommel of vernietiging achterlaten

Betekenis

werkwoord
  1. pejoratief (pejoratief) een grote rommel of vernietiging achterlaten
  2. de huishouding doen
zelfstandig naamwoord
  1. een groep van één of meer samenwonende mensen die samen een economische eenheid vormt

Voorbeelden van "huishouden" in een zin

  • De bandieten hielden flink huis in het dorpje dat ze plotseling overvallen hadden.
  • Veel huishoudens kregen het in deze crisis zwaar te verduren.
  • Een hogere rente zorgt ervoor dat huishoudens meer gaan sparen en minder uitgeven. Maar om de economie goed te laten draaien, is het juist van belang dat mensen grote en kleine aankopen blijven doen en hun geld niet oppotten.

Vertalingen

Engelshousehold
Fransménage, foyer
DuitsHaushaltung
Spaanshogar