huiskamer

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vertrek, wonen (vertrek), (wonen) een kamer die primair is ingericht om in te wonen
    De huiskamer was op het noorden gelegen.

Vertalingen

Engelsliving room
Fransséjour
DuitsWohnzimmer
Spaanssala de estar, cuarto de estar